Wat wil jij later worden?

Wat wil jij later worden? Het is na “ik welke groep zit je?” meestal de tweede vraag die basisschoolkinderen te horen krijgen. De volwassen versie ervan openbaart zich op verjaardagen, direct na het noemen van je naam komt de inkopper “Wat doe je?”. We worden geconditioneerd in een mal van ik-ben-wat-ik-doe.

Ik zelf wilde in klas 2, nu groep 4, stewardess worden. Niet omdat ik luchtvaartveiligheid en catering zo leuk vond, maar om het vliegen. Dus eer ik klas 3 had bereikt was dit geëvalueerd tot straaljagerpiloot. Ik had er de hersenen voor, de sportieve lifestyle en de ogen. Ik koos voor een hyper bèta-pakket en ging vol vertrouwen de middelbare school tegemoet. Echter gedurende de middelbare school bleek ik niet zo goed in de pas van autoriteit te kunnen lopen en erg van fashion te houden. Een toekomst in uniform bij het leger ging me tegen staan. Toen ontstond er een probleem. Wat wil ik dan wel worden? Want zonder baan-perspectief wat zou dan mijn identiteit worden? Oftewel waar ga ik gelukkig van worden?

Kijkend naar de huidige groep jong professionals op de werkvloer lijkt het een generatie waar zingeving belangrijker is dan de carrière ladder beklimmen. Ik zie namelijk regelmatig oud-stagiairs die de mogelijkheid krijgen te blijven of terug te komen voor een startersbaan of tijdelijk project, die toch kiezen voor dat vrijwilligersproject of dat jaar in Zuid-Amerika. Ze laten dus, in mijn idee, een droombaan en perfecte opstap naar een langdurige carrière in het vakgebied schieten voor een los project of een tijdelijke reis. Waarom?

ik-ben-wat-ik-doe versus in ik-doe-wat-past-bij-mijn-ik
Er lijkt een patroon te ontdekken bij Gen Z en Millenials. Ik-ben-wat-ik-doe past niet bij hun wereldbeeld. Het is een generatie waarbij ervaringen hoger in status zijn dan materiele eigendommen. Een jonge collega heeft een prachtig instagram profiel, met keurig gecureerde foto’s van citytrips die in het weekend genomen worden. Geen feed met dure aankopen, eerste auto, huis of de nieuwste kleding, maar reizen, stedentrips en cultuur. Deze materie versus ervaring filosofie gaat nog verder. Plasticsoep, palmolieplantages, eenzaamheid en racsime moeten bevochten worden, want een betere wereld en gemeenschap draagt meer waarde dan een goede baan, carriere en huisje-boompje-beestje. ‘Wat wil ik later worden?’ wordt niet meer beantwoord met een beroep, maar met een wereldvisie.

Hoe verenig je dit moderne wensbeeld met een eerste baan? Er is een grote kans dat de bedrijven waar je gaat werken jou beloning nog altijd formuleren in % salaris, 13de maandbonussen en leaseautos en niet in experience of ruimte voor sabaticals. Maar ook zijn de meeste bedrijven niet zwaar ideologisch, goed voor het milieu of mens en dier. De vraag die je jezelf moet stellen is dan ook wat je verwacht van je carriere en wat die jou moet gaan geven.

Als je zoekt naar een baan die je op alle fronten voldoening geeft, die volledig past bij je gewenste bijdrage aan de maatschappij, dan zal de vraag ‘wat wil je later worden?’, vanuit de ik-ben-wat-ik-doe visie, nog altijd relevant zijn. Dan is cruciaal dat je een job of bedrijf vind dat ideologisch past bij jou ik. Maar als je denkt dat jou ware ik ook tot bloei komt naast de baan, dan faciliteert de baan jou om die passie te verwezenlijken. De baan geeft je de finaciele ruimte om je te ontwikkelen. En dan zou de vraag “Wat wil ik later worden?” moeten veranderen naar “ Waar wil ik later mijn geld mee verdienen?” oftewel: ik-doe-wat-past-bij-mijn-ik. 

Deze blog is geschreven door Saskia Baaij Verhoeven. Zij is Vice President Digital Strategy Viacom CBS. En een hele goeie!

Publicatie datum: 19 januari 2021